Als het mag schuren

dan moet het ook glanzen


Met dit blog reageer ik op de publicatie van de Onderwijsraad waarin zij delen hoe zij hebben doordacht hoe in onderwijs voorzien kan worden bij een aanhoudend tekort aan leraren. Ik was in eerste instantie van plan in een kort Twitter-draadje een eerste reactie te geven maar het werd uiteindelijk een tekst die makkelijker te delen is via dit platform.


Schaarste schuurt. Dat standpunt heeft, naar mijn idee, een groot risico op bias; je geeft jezelf namelijk een argument waarmee je elke vorm van kritiek kan weerleggen. “Ja, maar we hadden al aangegeven dat het zou gaan schuren.” In de processen om de uitdagingen het hoofd te bieden is kritiek ontzettend belangrijk. Ik schreef al eens eerder dat weerstand een vorm van feedback is. Verandering schuurt in het begin altijd, maar dat gaat voorbij als de verandering leidt tot een verbetering. Een verbetering houdt in dat de nieuwe situatie, in de praktijk, beter is dan de vorige. De verbetering zelf dient niet te schuren. Ga je toestaan dat de verbetering ook schuurt dan geef je toestemming om van een slechte situatie naar een andere slechte situatie te gaan. Dat zou een verspilling van kostbare energie zijn; niet verstandig als je het beroep aantrekkelijk wil maken en mensen wilt behouden. Het is mij niet duidelijk waar het van de onderwijsraad precies mag schuren.

Een uitkomst van een plan voorspellen is altijd lastig. Toch moet je niet willen dat het plan een schot met hagel wordt. In een al overspannen werkveld is collateral damage funest. Met elke misser verlaten er leerkrachten het onderwijs. Dat het gaat schuren begrijp ik, dat het mag schuren vind ik zorgwekkend.

De onderwijsraad heeft samen met 60 instanties en individuen gekeken naar knoppen waar mogelijk aan gedraaid kan worden. Daaruit zijn zogeheten handelingsopties gekomen, verdeeld over twee sporen: beperking van het onderwijsaanbod en het anders organiseren van onderwijs op scholen.

Een aantal opties vind ik zinvol. Zo kan ik mij vinden in het idee om pogingen te doen om de maatschappelijke verwachtingen ten aanzien van het onderwijs in te dammen. In de afgelopen 20 jaar heb ik gezien dat er steeds vaker naar het onderwijs wordt gekeken voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Bij de uitspraken over digitalisering sluit ik mij aan.

Ik ben kritischer over het aanscherpen van het onderwijsaanbod. De optie vind ik niet verkeerd, ik vind het alleen geen goed idee om een ontwikkeling die in scholen ruimte creëert voor kwaliteit (het opruimen van het curriculum) aan te wijzen als een interventie om kwantiteit te verminderen. Ruimte creëren in het onderwijsaanbod moet een kwaliteitsbeslissing zijn gemaakt door de school en geen noodoplossing die wordt aangewezen door iets of iemand buiten de school.

Ik heb ook mijn twijfels over de optie om taken uit te besteden om zo leraren te ontlasten. Je hoort steeds vaker dat we terug moeten naar de kern van het vak. Het klinkt lekker als slogan maar of meer handen in de school werkelijk ruimte gaan vrijmaken is nog maar de vraag.

‘Just because you work more efficiently,
doesn’t mean you’ll get to work any less.’
Danil Kerimi

De ervaring is dat het afstemmen en terugkoppelen met al die extra handen ook (en soms zelfs meer) tijd kost. De Onderwijsraad is zich hier van bewust (‘Als andere professionals komen werken in de school, brengt dat extra coördinatie met zich mee.’) maar denkt dat dit probleem wordt opgelost door deze professionals structureel in te zetten. Ik betwijfel of dat zo werkt: de organisatie wordt met meer mensen op meer functies ook meer complex. Een complexiteit die, zoals ik zelf ervaar, voor meer in plaats van minder werkdruk zorgt.

Daar komt bij dat vrijgekomen ruimte de neiging heeft zichzelf op te vullen (The efficiency paradox). Hebben we het druk of zijn we druk? Er is een verschil tussen werk dat van buitenaf de school binnenkomt of werk dat we (onbewust) zelf creëren en dat verschil is belangrijk voor het kiezen van de juiste interventies. Wat maakt dat een bestuurder of schoolleider eerder niet voor de deur is gaan staan zodat in zijn school tijd en aandacht naar de kerntaken kon gaan? Wat maakt dat hij dat nu wel gaat doen?
Wil je dat interventies succesvol zijn dan moet de focus op de betrokken mensen liggen; bij en met bestuurders, schoolleiders en leraren vind je oplossingen. Hoewel ik er naar moest zoeken in de publicatie lijkt de Onderwijsraad wel te beseffen dat er in die groep geïnvesteerd moet worden. Zo schrijven zij bijvoorbeeld dat leraren voldoende geschoold moeten zijn of worden om keuzes te kunnen maken en focus aan te kunnen brengen in het schoolcurriculum. (Aanscherpen van het onderwijsaanbod) Wat wringt is dat er in datzelfde document ook wordt geschreven hoe het onderwijs overladen is. Het lijkt erop dat er in het onderwijs dus geen tijd en ruimte is om mensen te scholen zodat zij meer tijd en ruimte kunnen creëren in het onderwijs. Ingewikkeld.

Het is waarschijnlijk daarom dat de Onderwijsraad schrijft dat ‘Schaarste schuurt’ nadrukkelijk geen panklaar plan is. Met de handelingsopties wijzen zij enkele stippen aan, maar een begin van een plan hoe daar te komen is in de meer dan 50 pagina’s tellende publicatie niet te vinden. Het voorstel om gedegen cyclische verbeterprocessen in te zetten om de juiste bewegingen te maken ontbreekt als handelingsadvies en dat vind ik dan weer een beetje schuren.