‘Er kleeft een risico aan onderwijs vormgeven op basis van een ideologie;
je hebt er namelijk niet meer voor nodig dan een idee, gevoel of verlangen.’
update: juli 2024
We onderwijzen in een land vol experts. Ik kom, als ik er over nadenk, eigenlijk maar zelden mensen tegen die zeggen ‘van goed onderwijs heb ik geen verstand’. Met verstand loop je niet te koop, maar het ontbreken ervan is blijkbaar ook iets waar we niet te koop mee willen lopen. Het imposter syndrome[1] dwingt om te doen alsof.
Steeds vaker zie ik dat het hebben van een mening, een idee of een opvatting ook telt als verstand hebben van. Ik heb al vaker geschreven dat onderwijskwaliteit om een lerende houding of lerende cultuur vraagt.[2] Om te kunnen leren moet je openstaan voor het feit dat je nog niet alles weet; ‘open up to not knowing’ als grondhouding om het onderwijs werkelijk te verbeteren. In de praktijk betekent dit dat je wat minder vaak je eigen menig deelt en wat vaker vragen stelt. Dat je wat vaker luistert in plaats van dat je praat.
Het onderwijs is, net zoals bijvoorbeeld politiek of voetbal, een populair gespreksonderwerp. We praten en discussiëren er graag over met elkaar. Van feestjes tot de koffiekamer, we hebben allemaal wel een mening over het onderwijs. Wat mij echter opvalt is dat er ook steeds meer mensen zijn die een stap verder gaan, en hun ideeën over- en oplossingen voor beter onderwijs met een breder publiek delen. Steeds meer personen posten content en schrijven blogs (zoals ik), artikelen en zelfs boeken om zo hun ideeën te delen over hoe we in Nederland het onderwijs beter moeten maken. Het is een bonte verzameling, van realistische, praktische voorstellen tot gedroomde ideaalbeelden. Dromen van idealen is waardevol. Toch bekruipt mij ook het gevoel dat al deze visies die continu over elkaar buitelen het onderwijs geen goed doen. Want wat hoor je nog echt in deze niet aflatende storm aan informatie? En hoe filteren we de goede boodschappen van de minder goede boodschappen?
Het is daarom dat ik dit onderbuikgevoel wat meer aandacht ben gaan geven. Met onderstaande blog probeer ik antwoorden te vinden op de vraag of het hebben en delen van al deze verschillende idealen ons dichter bij beter onderwijs brengt of juist niet.
Een tijd geleden kwam ik op social media onderstaande uitspraak tegen van iemand die, voor zover ik dat kan beoordelen, het allerbeste voor heeft met het onderwijzen van kinderen en jongeren in Nederland. Hij schreef onder andere:
‘Veel leerlingen komen niet naar school om instructie te ontvangen.
Ze komen naar school om aan de hand van nieuwsgierigheid, verbinding, verbeelding én om vanuit relatie intern gemotiveerd aan de slag te gaan.’
Het zijn thema’s die steeds vaker voorbijkomen; onderwijs moet verbinden, de verbeelding prikkelen, betekenisvol zijn en het moet talent stimuleren.
Er moet geïnvesteerd worden in de ontwikkelkracht van kinderen: ‘school moet een plek zijn waar elk kind op eigen wijze zijn mooiste en zijn beste unieke versie kan laten groeien’ . Het onderwijs van toen, zo is de brede strekking, voorziet niet meer in wat de kinderen en jongeren van nu nodig hebben.
De onderbouwingen voor deze visies komen vaak op hetzelfde neer: kinderen ontwikkelen zich uit zichzelf.
Dit is geen nieuwe gedachte: zo vind je de opvatting dat kinderen zich, mits in de goede omgeving, uit zichzelf ontwikkelen terug in de basis van het traditionele vernieuwingsonderwijs, zoals Montessori en de Vrije School. Meer recent zie je het ook terug in het snelgroeiende Agora-onderwijs.
De overeenkomst tussen uitspraken zoals in het stukje tekst en het traditionele vernieuwingsonderwijs is dat zij allemaal de zich(zelf) ontwikkelende mens als uitgangspunt nemen.
In dat licht zou je kunnen stellen dat de schrijver van het stukje tekst, en bijvoorbeeld ook de persoon die schrijft dat school een plek moet zijn waar elk kind op eigen wijze zijn beste versie kan laten groeien, prima ideeën heeft over onderwijs. Maar is dat ook zo? Want wie zijn deze mensen en op welke basis zijn hun ideeën ontstaan? Schrijven zij hun kijk op beter onderwijs op basis van een gevoel of weten ze ook dat hun ideeën daadwerkelijk leiden tot beter onderwijs? En is het überhaupt van belang om kennis te hebben van onderwijs en opvoeding, of is een idee of gevoel voldoende om te beginnen? Ik vind een antwoord op deze vragen in het Montessori onderwijs.
Maria Montessori
Het Montessori onderwijs is een goed voorbeeld waar het centraal zetten van de zichzelf ontwikkelende jonge anthrōpos (mens) goed is uitgewerkt. Maria Montessori heeft een basis in de antropologie [3] en een pedagogische basis als zij in 1907 het eerste Kinderhuis (Casa dei Bambini) opent. De werkwijze van Maria Montessori is wetenschappelijk: zij observeert en bestudeert de kinderen en probeert haar opvoedingsideeën en materialen uit. Uiteindelijk leiden de kennis en de inzichten die voortkomen uit haar onderzoeken tot de methode die de basis vormt voor het Montessori onderwijs: een methode die zich baseert op de gedachte dat een kind een natuurlijke drang tot zelfontwikkeling heeft. Opvoeding en onderwijs moeten inspelen op de behoeften van een kind door middel van de juiste omgeving en materialen.
Het Montessori onderwijs is dus een uitwerking van de ideeën van een persoon, vormgegeven met behulp van wetenschap en onderzoek. Maria Montessori laat mij zien dat onderwijs organiseren verder gaat dan het bedenken en creëren van een omgeving en activiteiten gericht op leren, wat in principe niet heel moeilijk is. Het is een zorgvuldig proces van leren en verbeteren, waarbij je met kritische blik kijkt naar de impact van dat wat je hebt bedacht en aanpast of stopt met dat wat niet werkt. Alleen dan zet je echt het kind centraal.
Daar komt nog bij, en dat is goed om te vermelden, dat Montessori altijd heeft gezocht naar een ander evenwicht in de bestaande functies of uitgangspunten van schools onderwijs (traditie en kwalificatie, persoonsvorming, verbetering van mens en wereld en ontvorming) in plaats van functies uit te sluiten. Mensen met uitgesproken ideeën over beter onderwijs zie je dat soms wel doen: oude uitgangspunten zijn niet meer goed en moeten weg, tijd voor iets nieuws. Dat voorstellen is best bijzonder als je bedenkt dat, in de lange geschiedenis van het onderwijs, de functies of uitgangspunten van schools onderwijs grotendeels onveranderd zijn gebleven. [4]

witregel
Wat is onderwijs?
Het valt mij op dat veel van de personen met uitgesproken ideeën over onderwijs vaak niet goed weten wat onderwijs is.
Wat ik kan aanraden is om in ieder geval iets te lezen van antropologen die zich bezig hebben gehouden met leren en onderwijs. [5]
Onderwijs is cultuuroverdracht
Leren heeft vanaf ongeveer de jaren tachtig en in navolging van het werk van Margaret Mead meer aandacht gekregen in de antropologie. Dat wil zeggen: er werd meer over verzameld en opgeslagen. We hebben het dan over ‘cultural learning’ of cultuuroverdracht. Cultuuroverdracht is het proces waarmee gedrag en kennis in een maatschappij wordt overgedragen.
Kennis en gedrag die door het individu niet als vanzelf verworven kan worden. [6] Denk aan taal, symbolen en gedrag zoals normen, gebruiken en gewoontes. Maar ook verhalen en belangrijke kennis van de wereld. Onderwijs is dus cultuuroverdracht. Omdat cultuur plaatsgebonden en altijd in beweging is staat dat wat wordt onderwezen nooit vast. Wat wordt overgedragen verschilt per land maar ook per kleinere kring, zoals de gemeenschap, de vereniging of het gezin.
Cultural learning allows individuals to acquire skills that they would be unable to acquire independently over the course of their lifetimes.
De school
Al sinds de middeleeuwen speelt schools onderwijs in Nederland een rol in cultuuroverdracht. Het is in deze periode dat de eerste scholen ontstaan in de vorm van kloosterscholen. Daarna zal schools onderwijs nog op allerlei verschillende manieren worden georganiseerd en zich ontwikkelen tot het diverse landschap aan onderwijsinstellingen dat we nu kennen. De invulling en uitvoering van schools onderwijs, het curriculum, beweegt mee met de tijd en met veranderingen in de cultuur en de maatschappij. Aanpassingen dienen soms overdracht maar kunnen ook gedaan worden in het licht van opvoeding of efficiëntie. Zo is burgerschap een efficiënte reactie op een geconstateerde maatschappelijke beweging.
Door culturele en maatschappelijke veranderingen vinden er ook veranderingen plaats in de fysieke uitvoering van de school. In discussies wordt vaak het stereotype beeld van stilzittende kinderen in rijen bankjes gebruikt. Mogelijk helpt dat de persoon om zijn ideeën te bekrachtigen, maar het is een onjuist beeld. De fysieke uitvoering van schools onderwijs heeft altijd vele vormen gekend en kent nog steeds veel vormen.
Onze maatschappij verandert
Onze maatschappij verandert en daarmee lijkt ook de discussie over onderwijs te veranderen. De samenleving raakt meer en meer versnipperd en, onder de vlag van vrijheid, worden wij met zijn allen op bepaalde vlakken ook steeds individualistischer. We dragen als maatschappij minder gedeelde normen over en vinden ons steeds vaker tegenover elkaar dan naast elkaar.
Ook rond het onderwerp onderwijs zie je dat wij in onze samenleving steeds vaker met onze meningen en standpunten tegenover elkaar gaan staan. Het speelveld lijkt daardoor steeds vaker op dat van de politiek; er is steeds minder begrip voor de ander, er wordt minder geluisterd naar elkaar en de discussies steeds competitiever. Echte gesprekken wijken voor het online eenrichtingsverkeer op de socials en de door taal en tekens beperkte discussies die onder deze berichten gevoerd worden. Ik vind deze tendens zorgelijk en niet helpend voor de ontwikkeling van het onderwijs in Nederland. Daar komt bij dat het grootste deel van deze berichten en discussies ook vrij zinloos zijn omdat je het onderwijssysteem niet zomaar even kan veranderen.
Helaas klinkt langs de zijlijn steeds vaker een ander geluid. Het zijn de ‘experts’ waar ik dit blog mee begon; hun reacties beginnen vaak met ‘We moeten gewoon …’. Het is een bekend cognitief geitenpaadje: je bedenkt een idee, voert dit uit en je bent waar je zijn moet. Deze vorm van ontwikkelen leidt vaak tot grote, slordige stappen; a mile wide and only one inch deep.[7] Het risico is dat er daardoor op de korte termijn wel iets verandert, maar dat er op de lange termijn niets verbetert.
witregel

witregel
Ceci n’est pas de l’éducation
Veel van de visies die de traditionele invulling van schools onderwijzen als problematisch aanwijzen, en bijvoorbeeld stellen dat kinderen vanzelf leren en altijd wel (iets) leren, worden door voorstanders gepresenteerd als ‘beter voor het kind’. Buitenstaanders, maar ook mensen in het onderwijs, hebben vervolgens snel de neiging om daar in mee te gaan; want het is tenslotte beter voor het kind.
Dergelijke uitspraken zijn valkuilen waar wij ons bewust van moeten zijn: het is een mooie gedachte dat kinderen vanzelf en altijd leren, en het is ook niet onjuist, maar het heeft niets met onderwijs te maken.
In onderwijs (cultuuroverdracht) kan leren namelijk niet vrijblijvend zijn; zoals ik een paar alinea’s terug ook schrijf: onderwijs richt zich op datgene wat kinderen en jongeren niet vanzelf en uit zichzelf kunnen en zullen leren. Voorstellen waar hetgeen wat er wordt geleerd vanuit het kind mag komen kunnen goed klinken (en het is misschien ook makkelijker te realiseren en daardoor mogelijk aantrekkelijker) maar moeten dus niet gedaan worden in relatie met (schools) onderwijs.

‘Learning, which is based on human dependency, is relatively simple. But human capacities for creating elaborate teachable systems, for understanding and utilizing the resources of the natural world, and for governing society and creating imaginary worlds, all these are very complex.’ – Margaret Mead
witregel
Voorkeur en emotie zijn slechte raadgevers.
Hoe kennis en gedrag wordt overgedragen in een maatschappij staat niet vast. Zo kennen we in Nederland verschillende vormen van schools onderwijs. Hierin zijn we als land vrij uniek. Kan je de ene onderwijsvorm aanwijzen als beter en een andere als minder goed? Ik vind van niet. Je kan ze slechts als verschillend aanwijzen.
Verschillen in onderwijzen (teaching) leiden tot verschillen in cognitief leren, sociaal-affectief leren, psychomotorisch leren en competentie leren.
Je kan dan vervolgens zeggen: ‘Ik vind competentie leren belangrijker dan cognitief leren’. Dat is dan alleen geen kwaliteitsoordeel maar een voorkeur.
We mogen allemaal onze voorkeur hebben en we zijn bevoorrecht dat we in Nederland kunnen kiezen. Voorkeuren kunnen echter leiden tot affectheuristiek: in plaats van rationeel denken sturen dan de sterke gevoelens van voorkeur of afkeer de oordelen over onderwijs.

De persoon van het stukje tekst in het begin van deze blog lijkt ooit zelf leraar te zijn geweest. Hij schrijft in zijn stuk namelijk ook dat hij mogelijk nooit zo’n geweldige rekeninstructies gaf, of taallessen, omdat hij vroeger zelf die vakken niet interessant vond. Zijn ideeën en opvattingen over hoe goed onderwijs vormgegeven dient te worden zijn dus mogelijk niet empirisch en lijken eerder gestuurd te worden door emotionele ervaringen.
Het projecteren van eigen ervaringen en emoties is niet verstandig omdat het leidt tot een eenzijdig en geladen beeld van de werkelijkheid. Een waardeoordeel op basis van eigen ervaringen is persoonlijk, het zegt niets over de werkelijkheid: deze bestaat namelijk uit de bevindingen van iedereen. Onthoud dat je een kleur bent en niet de hele tekening.
witregel
Een fuik van emotionele gelijkgestemdheid.
Dan is er nog een ander risico en dat is dat mensen met soortgelijke emotionele voorkeuren bevestiging vinden in dit soort teksten (the confirmation bias [1]) en deze fanatiek voorzien van hartjes, duimpjes, dankbare handjes en reacties als ‘geweldig dit’ en ‘wat een goed idee’.
Deze door emotie geladen inhoud, of ze nu via social media of tijdens webinars en bijeenkomsten [8] wordt gedeeld, vormen een soort fuiken of netten van emotionele gelijkgestemdheid die andere ideeën en opvattingen over wat goed onderwijs kan zijn buiten houden. Het gevolg van dit groepsdenken is dat het leren en denken over onderwijs stopt.

witregel
Wat is er nodig?
Ik begon dit schrijven met het delen van een gevoel dat al deze meningen, ideeën en visies die over elkaar heen buitelen, en ook steeds vaker met elkaar wedijveren, het onderwijs geen goed doen. Ideeën hebben en ideeën delen is, met alle communicatiemiddelen die wij tegenwoordig bezitten, eenvoudig geworden. En klinkt het aan de kant van de ontvanger goed dan wordt het al snel voor waar aangenomen. Klinkt het niet goed dan wordt het bestempeld als onzin. Onderzoek doen, studeren en je laten leiden door kennis is daardoor voor velen niet meer nodig. Liever de neus achterna dan het brein laten werken. Het past in de lijn van de uitspraak van cognitief psycholoog Steven Katz[1], die de obstakels die het leren (van mensen in het onderwijs) in de weg staan aanwijst: ‘Het zit’, aldus Katz, ‘in alle mensen om zoveel mogelijk het denken uit de weg te gaan. Ook de mensen die denken dat dit niet voor hun geldt doen het.’
We dienen dus te leren hoe we bewust en verstandig omgaan met alle beschikbare media en informatie over onderwijs; iets wat goed klinkt hoeft dat niet te zijn en andersom. Als ik de adviezen die Mark Deuze, (hoogleraar Mediastudies bij Universiteit van Amsterdam) geeft, in een betoog over ons leven in media, vertaal naar adviezen dan zou dat het volgen van een gebalanceerd media- en informatiedieet zijn. En daarbij het advies om te investeren in emotionele (media- en informatie) geletterdheid. (Dit wil zeggen: het verwerven en onderhouden van emotionele weerbaarheid ten opzichte van de ervaringen die we in en met media en informatie hebben.)
Wil je oprecht het onderwijs verbeteren dan dien je dit, in de voetsporen van mensen als Maria Montessori, vanuit een lerende houding en in de praktijk te doen. Sta er voor open dat je dingen nog niet weet. Probeer dingen uit, evalueer en verbeter. Zoek naar kennis om je ideeën mee te onderbouwen, maar zoek ook naar tegenstrijdig bewijs voor je ideeën. Durf het een keer mis te hebben.
Kijk daarbij met een zo breed mogelijk perspectief naar het onderwijs: lees ook de boeken die je niet zou lezen, luister ook naar de mensen naar wie je niet zou luisteren en doe ervaring op in een brede waaier aan scholen. “There is more to education than meets the eye”. Vind ik dan.
witregel
witregel
[1] Intentional Interruption – Breaking Down Learning Barriers to Transform Professional Practice – Steven Katz / Lisa Ain Dack – (Leerhindernissen)
[2] Bijdrage aan het debat over de staat van het onderwijs – René Peters
[3] Antropologie (van het Griekse ‘anthrōpos’, mens) betekent letterlijk studie (logos) of wetenschap van de mens. Antropologie kent de volgende deelgebieden: biologische antropologie of antropobiologie, linguïstische antropologie, archeologie en culturele antropologie. Antropologie wordt wel eens een ‘negatieve’ wetenschap genoemd: als niet met zekerheid vaststaat dat het fout is dan wordt het behouden.
[4] Lezing Piet van Der Ploeg (ResearchED 18-06-2022)
[5] The Anthropology of Learning-Harry F. Wolcott- Anthropology & Education Quarterly – Vol. 13, No. 2, Anthropology of Learning (Summer, 1982), pp. 83-108 (26 pages)
[6] ‘Cultural learning allows individuals to acquire skills that they would be unable to independently over the course of their lifetimes’ (van Shaik, Carel P. & Burkart, Judith M. (2011).
[7] Oorspronkelijke quote: ‘Change is taking small steps, an inch wide and a mile deep.’ – Michael Fullan. Fullan adviseert om in onderwijsverbetering het tempo laag te houden en te investeren in de kwaliteit van elke stap.
[8] Post: Talent talent talent – Henk Slagt.
-History of the Montessori Method
-Cultures of Curriculum (Summary) – Pamela Bolotin Joseph
-Steeds meer stuurlui staan aan wal – Joelle Poortvliet
